De geschiedenis van het oude station

De trein – het revolutionaire verkeerssysteem uit de 19de eeuw – bereikte Solingen voor het eerst in 1867. In dit jaar ontstond de verbinding van Köln-Deutz naar Wuppertal-Vohwinkel, via Ohligs en Haan. Van Ohligs werd een „Stichbahn“ naar Solingen gebouwd. Twintig jaar later leidde een bijkomend traject naar de binnenstad van Solingen – de „Korkenzieherbahn“ van Vohwinkel over Gräfrath en Wald. Uit deze tijd stamt de voorloper van het hoofdstation: de Südbahnhof was klein, smal en laag en had twee ver van elkaar liggende perrons. Na de inwijding van de Müngstener Brücke (1897) en de verbinding naar Remscheid steeg het aantal passagiers en treinen zo sterk, dat het station al snel te klein werd. De ligging van het station was toentertijd al ongunstig, toch ontstond de nieuwbouw, om kosten te sparen, op dezelfde plaats.

In oktober 1910 werd het nieuwe station ingewijd en in 1913 tot „Hauptbahnhof“ omgedoopt. Een gesloten voetgangersbrug uit staal, verhoogde de veiligheid naar de perrons. Met de representatieve vormgeving van het gebouw en het plein hoopte men een nieuw hoofdstuk in de Solinger stationsgeschiedenis te kunnen beginnen. Men droomde van hotels en chice winkels in de omgeving. Vol verwachting boodt de evangelische kerk haar ideaal gelegen grondstuk bij het station aan, er werden echter geen kopers gevonden. Met het uitbreken van de oorlog verdween ook het laatste beetje hoop. Bij een luchtaanval op de Solinger binnenstad op 4 november 1944 werd het gebouw van het Solinger Hauptbahnhof sterk beschadigd en kon niet meer gebruikt worden.

De vernietiging van de binnenstad en het station boden ook nieuwe mogelijkheden voor een nieuwe planning. Net als in 1894 streefde de stad een verlegging van het station aan, om deze beter met de binnenstad en het regionale openbaar vervoer te verbinden, maar ook deze keer wees de Bahn dit van de hand. Pas in het midden van de 1950er jaren begon men met de wederopbouw van het hoofdstation. Er ontstond een gebouw, dat door de een grote lichte stationshal met een hoge glazen gevel op zich opmerkzaam maakte. De door twee afgeronde hoeken aangeduide ovale vorm in de hal herhaalde zich binnen in drie kleine paviljoenen. Hier bevonden zich winkeltjes voor bloemen, kranten en tabakswaren. Naast de stationshal met een loket voor treinkaartjes, informatie en bagage stond een 22 meter hoge stationstoren.

Van het geplande representatieve plein bleef niets meer dan een grasveld met geasfalteerd voetpad over en de eerste O-bushalte lag pas aan de Kölner Straße. Het aantal passagiers zonk sinds de 1950er jaren continu. Investeringen in het gebouw bleven uit en de service terug gebracht. Nadat de Bundesbahn het station in 1968 op „eenmanskracht“ omstelde, was de verkoop van treinkaartjes uitsluitend nog aan de automaat mogelijk. De stationstoren, hoofdzakelijk door de stad betaald en middelpunt van een jarenlange strijd, werd in 1978 afgebroken. In 1993 kwam het station, de voetgangersbrug en het westelijk gelegen seinhuisje op de monumentenlijst.

Het Forum voor productdesign ontstond, net als het Südpark, voor de “Regionale 2006“ in Solingen. Gelijktijdig werden de nieuwe stations „Mitte“ en „Grünewald“ geopend en het station in Ohligs als hoofdstation vastgelegd. 

Zoeken