Bergische Kotten

Met waterkracht in een nieuwe tijd

Water – daarvan was meer dan genoeg in het Bergische Stedendriehoek. De Wupper en kleine beekjes zorgden ervoor, dat hier eerder als ergens anders op het continent de industrialisering begon. Waterraderen dreven hamers, slijpstenen en blaasbalken in de smederijen aan. Als parels aan een ketting, omzoomden aan het einde van de 14de eeuw de smederijen en Kotten de oevers. Sporen van dit verleden zijn ook tegenwoordig nog overal in de dalen te vinden. Enkele Kotten zijn zo goed bewaard gebleven, dat ze ons laten zien hoe het leven en werken toentertijd was. Soms wordt hier tegenwoordig ook nog geproduceerd.

Het werk in de Kotten was hard. Het was er natkoud en tochtig, het slijpstof zette zich vast in de longen. De zogenaamde „Liewerfrauen“ waren dagenlang onderweg, om de goederen over de stijle leverwegen in de stad te brengen.

Als ab Mitte des 19. Jahrhunderts Dampfmaschinen und später Elektromotoren von der Wasserkraft unabhängig machten, verloren die Kotten an Bedeutung. Fabriken expandierten nun auf den Höhen und in den Städten. 

 

Zoeken